Een belangrijke deelnemer aan het strafproces is de raadsman. Hij is degene die de verdachte bijstaat. Uit artikel 46 van de Advocatenwet blijkt dat de taak van een advocaat is het begeleiden en adviseren van cliënten die zich in moeilijke omstandigheden bevinden en behoefte hebben aan juridische steun. Hij geeft zijn cliënt inlichtingen en aan de hand daarvan is zijn processuele hoedanigheid bepaald. De raadsman verleent ook morele bijstand. Hij treedt hier op als vertrouwensman van de verdachte. Om de verdachte goed te kunnen bijstaan is het recht op vrij verkeer met de verdachte van cruciaal belang. Artikel 50 lid 1 Sv bepaald dat de raadsman in principe vrije toegang heeft tot de verdachte.
Het politieverhoor heeft betrekking op de politie, die een persoon bij het verhoor maximaal zes uur op het politiebureau kan vasthouden, dit volgt uit art. 61 lid 1 Sv. Voor de berekening van de maximale zes uur voor verhoor wordt de tijd tussen middernacht en negen uur ‘s morgens niet meegerekend. Als dat voor het onderzoek nodig is, kan de (hulp)officier van justitie bevelen dat de verdachte langer dan zes uur moet worden vastgehouden. Dit kan alleen geschieden indien er sprake is voor het nog vast te stellen van de identiteit van de verdachte en er geen voorlopige hechtenis is toegelaten voor het gepleegde strafbare feit.
In de wet staat dat de verdachte niet verplicht mag worden bij te dragen aan zijn veroordeling. Hij is niet tot antwoorden verplicht, dat moet hem voor aanvang van het verhoor medegedeeld worden en die mededeling moet in het proces verbaal worden opgenomen. Volgens de Hoge Raad moet als verhoor worden beschouwd “alle vragen aan een door een opsporingsambtenaar als verdachte aangemerkt persoon betreffende diens betrokkenheid bij een zeker strafbaar feit .” Het bevragen van de personalia maakt geen deel uit van het verhoor.
De meningsstrijd over de toelating van een advocaat bij het politieverhoor concentreert zich voornamelijk rondom de tegengestelde belangen van de rechtsbescherming en de waarheidsvinding.
Het politieverhoor is het belangrijkste prejudiciële moment van het vooronderzoek. De verklaringen die de verdachte aflegt bij het politieverhoor blijven de verdachte binden en kunnen voor de afloop van de strafvervolging bepalend zijn. Juist door de toevoeging van een raadsman bij het politieverhoor kan erop worden toegezien dat de verklaring van de verdachte juist wordt weergegeven en ervoor zorgen dat misverstanden in de communicatie worden opgehelderd en bovendien kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de waarheidsvinding en de rechtspositie van de verdachte. Dit vormt een waarborg voor een goede behandeling van de verdachte. Daarnaast heeft de verdachte juist in deze fase behoefte aan voorlichting, advies en menselijke steun.
De tweede taak van de raadsman in het kader van bijstand bij het politieverhoor is dan ook het geven van voorlichting over de rechtspositie van de verdachte en hem te helpen zijn procespositie te bepalen. Contact voor het verhoor is geen oplossing, omdat hiermee de behoefte aan advies niet voldoende wordt opgelost.
Kortom in Nederland is het nog niet verplicht om een raadsman toe te laten staan tijdens politieverhoren, echter zijn ze er al wel mee aan het experimenteren. Toelating tijdens een eerste verhoor is toch wel erg belangrijk, de verdachte heeft juist dan behoefte aan het bijzijn van een raadsman.
You can leave a response, or trackback from your own site.
Beste Anuja,
Heel interesant artikel! Ga zo door!
Mvg,
Arthikan